Verbod op vernietiging van onverkocht textiel: wat sinds juli 2026 geldt

Sinds 19 juli 2026 geldt het ESPR-vernietigingsverbod voor onverkochte kleding en schoenen. Zo werken uitzonderingen, openbaarmaking en bewijs van gegevens.

door QR3 Redaktion

Verbod op vernietiging van onverkocht textiel: wat sinds juli 2026 geldt

Sinds 19 juli 2026 mogen grote ondernemingen bepaalde onverkochte kleding, kledingaccessoires en schoenen in beginsel niet meer vernietigen. De nieuwe ESPR-verplichting gaat verder dan alleen afval: handelaren en fabrikanten moeten voorraden, redenen, beslissingen en overdrachten zo documenteren dat later kan worden nagegaan waar een product is gebleven.

Voor wie het verbod geldt

Artikel 25 van de verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten, ESPR, stelt 19 juli 2026 vast als startdatum. Het betreft de productgroepen die in bijlage VII worden genoemd, met name kleding en schoenen. Het verbod geldt aanvankelijk voor grote ondernemingen. Middelgrote ondernemingen volgen op 19 juli 2030; kleine en micro-ondernemingen zijn vrijgesteld.

Belangrijk is de ruime betekenis van „vernietiging“. In het openbaarmakingsformat van Uitvoeringsverordening (EU) 2026/2 omvat vernietiging de som van recycling, andere nuttige toepassing en verwijdering. Een product valt dus niet al buiten het verbod omdat het materieel wordt gerecycled. Voorrang hebben routes waarbij het product als product behouden blijft, zoals doorverkoop, schenking, reparatie, opknappen of voorbereiding voor hergebruik.

Uitzonderingen zijn mogelijk, maar moeten worden bewezen

Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/296 beschrijft gevallen waarin vernietiging nog steeds toegestaan kan zijn. Daaronder vallen gevaarlijke producten, producten die juridisch niet conform of ongeschikt voor het beoogde doel zijn, of goederen waarvan aantoonbaar is dat zij intellectuele-eigendomsrechten schenden. Andere strikt afgebakende categorieën hebben betrekking op situaties waarin gebruik of hergebruik objectief niet mogelijk is.

De uitzondering is geen vrij tekstveld in het magazijnbeheersysteem. De marktdeelnemer moet de voorwaarden kunnen aantonen. Relevante documenten moeten vijf jaar worden bewaard. Wie een afvalverwerker inschakelt, moet de toepasselijke uitzondering en de bijbehorende documentatie duidelijk aan de overdracht koppelen.

Openbaarmaking en verbod zijn twee afzonderlijke verplichtingen

Artikel 24 ESPR verplicht grote ondernemingen en vanaf 19 juli 2030 ook middelgrote ondernemingen tot jaarlijkse openbaarmaking over afgevoerde onverkochte consumentenproducten. Uitvoeringsverordening (EU) 2026/2 harmoniseert daarvoor de structuur.

Er wordt onder meer gerapporteerd:

  • het aantal en gewicht van de afgevoerde eenheden per productcategorie,
  • de redenen voor de afvoer,
  • indien van toepassing de gebruikte uitzondering,
  • de percentages van de afvalverwerkingsroutes,
  • reeds genomen en geplande maatregelen tegen vernietiging.

De categorieën worden in beginsel afgebakend aan de hand van de eerste twee cijfers van de Gecombineerde Nomenclatuur; voor bepaalde producten gelden vier cijfers. De openbaarmaking kan rechtstreeks op de website plaatsvinden of, onder de daarvoor vastgestelde voorwaarden, via een duidelijke verwijzing naar het duurzaamheidsverslag.

Een onderneming kan dus openbaarmakingsplichtig zijn hoewel de concrete productgroep niet onder het vernietigingsverbod valt. Omgekeerd vervangt een gepubliceerd verslag niet het bewijs dat een afzonderlijke vernietiging was toegestaan.

Welke gegevens nu moeten worden samengebracht

Veel ondernemingen beschikken al over de benodigde informatie, maar die is verdeeld over ERP, voorraadbeheer, retourportaal, kwaliteitsmanagement en documenten van afvalverwerkers. Voor een controleerbaar proces heeft elke eenheid of ten minste elke betrouwbare voorraadgroep een gemeenschappelijke referentie nodig.

Productstamgegevens

De productstamgegevens moeten de artikelidentificatie, productgroep, CN-code, maat of variant en de verantwoordelijke marktdeelnemer bevatten. Inconsistente classificaties leiden later tot onjuiste openbaarmakingen.

Voorraadgebeurtenissen

Niet alleen de eindstatus „afgeschreven“ telt. Het verloop moet laten zien wanneer een product als onverkocht werd aangemerkt, welke alternatieve routes zijn onderzocht en wie de beslissing heeft goedgekeurd.

Kwaliteits- en rechtsgrond

Als een uitzondering nodig is, zijn een gestructureerde reden en een bewijsstuk vereist: een veiligheidsbeoordeling, terugroepactie, overheidsbevel, onderzoek naar een inbreuk of een ander toegestaan bewijs. Foto’s en vrije tekst alleen zijn vaak onvoldoende.

Overdracht en verwerking

Hoeveelheid, gewicht, ontvanger, datum en geplande verwerking moeten gekoppeld blijven aan de oorspronkelijke productgroep. Als de daadwerkelijke verwerking niet kan worden vastgesteld, voorziet het format in „unknown“; dat mag niet uitgroeien tot een systematische blinde vlek.

Welke rol een productpas kan spelen

Het vernietigingsverbod schrijft voor deze voorraadbeslissingen niet automatisch een DPP voor als technisch kanaal. Het gegevensbeheer overlapt echter sterk met een toekomstige textielpas: een persistente identificatie, materiaalgegevens, marktdeelnemer, repareerbaarheid en gebeurtenissen in de levenscyclus.

Ondernemingen moeten daarom geen geïsoleerde „ESPR-vernietigings-Excel“ bouwen. Beter is een gebeurtenismodel dat later ook productpassen kan voeden. Een GS1 Digital Link of een andere persistente identificatie kan voorraadbeheer, retourproces en externe productpas met elkaar verbinden, zonder dat vertrouwelijke interne beslissingen openbaar hoeven te worden.

Praktische controles voor de bedrijfsvoering

  • Blokkeer algemene afvoerboekingen voor geregistreerde productgroepen.
  • Verlang vóór goedkeuring het bewijs dat alternatieven zijn onderzocht.
  • Houd een gecontroleerde catalogus bij van toegestane redenen en uitzonderingen.
  • Stem aantallen en gewicht regelmatig af met de documenten van afvalverwerkers.
  • Scheid openbare openbaarmakingsgegevens van vertrouwelijke controledocumenten.
  • Laat compliance en gegevensverantwoordelijken de eerste jaarrapportage gezamenlijk testen.

De werkelijke uitdaging ligt niet in het jaarlijkse verslag, maar in de dagelijkse beslissing aan het einde van een retour- of seizoensketen. Als de reden pas maanden later moet worden gereconstrueerd, is het proces al te zwak. Sinds 19 juli 2026 moet de traceerbaarheid bij de beslissing beginnen.

Bronnen