DPP-Regelgeving 2026: wat ESPR, de batterij- en staalverordening nu concreet eisen

ESPR, het batterijpaspoort en het JRC-staalontwerp scherpen de DPP-vereisten aan. Wat bedrijven vóór 2026 concreet moeten implementeren – een regelgevend overzicht.

door QR3 Redaktion

DPP-Regelgeving 2026: wat ESPR, de batterij- en staalverordening nu concreet eisen

Het regelgevingskader wordt steeds concreter

Sinds de inwerkingtreding van de ESPR-verordening (EU) 2024/1781 is het digitale productpaspoort (DPP) bindend EU-recht – geen proefproject en geen aanbeveling. Wat de afgelopen weken is veranderd, is de mate van concretisering: sectorspecifieke ontwerpen, standpunten van brancheorganisaties en de eerste afgeronde proefprojecten laten zien hoe de abstracte verordeningsteksten er in de praktijk uit zullen zien.

Drie ontwikkelingslijnen bepalen de huidige ontwikkelingen: de architectuurkeuze tussen batch- en artikelniveau, de vraag naar de actualiteit van gegevens en de rol van registers en resolver-infrastructuur. Geen van deze drie is vanuit regelgeving optioneel.


Datagranulariteit: lot of item – een architectuurkeuze met juridische gevolgen

Wat het JRC-staalontwerp voorschrijft

Het Joint Research Centre van de Europese Commissie heeft in juni 2026 een ontwerp voor DPP-inhoudsvereisten voor stalen halffabricaten gepubliceerd. Het ontwerp maakt systematisch onderscheid tussen twee datagranulariteiten: het batchniveau (lot) en het artikelniveau (item).

Voor de productspecifieke CO₂-voetafdruk (PCF) geldt: onderhoud op batchniveau, berekening volgens ISO 14067-conforme methoden. Dat klinkt beheersbaar – maar is dat alleen als de eigen IT-architectuur deze granulariteit kan weergeven. Wie vandaag één statische QR-code per producttype toekent, heeft een structureel probleem.

De Europese Commissie heeft parallel een openbare raadpleging geopend over ecodesigneisen voor ijzer- en staalproducten. Belanghebbenden kunnen tot het einde van de raadpleging reageren – een tijdvenster dat bedrijven zouden moeten benutten om hiaten in de praktische uitvoerbaarheid van het ontwerp aan te kaarten.

De batterijregelgeving als blauwdruk

De batterijverordening (EU) 2023/1542 laat zien welke richting het opgaat. Capaciteitsgegevens die door degradatie veranderen, moeten actueel worden gehouden. Dit is geen statisch gegevensbeheer – het is een continu proces dat zonder een duidelijke systeemarchitectuur nauwelijks uitvoerbaar is.

Circulor, REPT Battero en TÜV Rheinland presenteerden in juni 2026 de eerste afgeronde batterijpaspoortproef voor een Battery Energy Storage System (BESS) – met onafhankelijk geverifieerde gegevens van derden. Het resultaat: de vereisten van de EU-batterijverordening zijn technisch uitvoerbaar, maar alleen met infrastructuur die livegegevens, verificatieketens en resolver-eindpunten vanaf het begin integreert.


Registerarchitectuur: wat wordt opgeslagen – en wat niet

Het gedecentraliseerde model van het DPP-register

Het ontwerp van de uitvoeringsverordening voor het DPP-register zet een belangrijke stap: het register slaat uitsluitend de unieke identifier, het resolver-eindpunt en de goederencode op – niet de eigenlijke paspoortgegevens. Dit is een bewuste architectuurkeuze ten gunste van een gedecentraliseerd model.

Het gevolg voor bedrijven: het eigenlijke gegevensbeheer blijft de verantwoordelijkheid van de marktdeelnemer. Het register is geen datasilo, maar een directory. Wie denkt DPP-compliance te bereiken door registratie in een centrale database, heeft het model verkeerd begrepen.

Het CIRPASS-2-consortium heeft in zijn standpunt over het registerontwerp aanbevolen om de norm EN 18219 als bindende referentie in de uitvoeringsverordening op te nemen – onder meer om interoperabiliteit met het GS1 Digital Link te waarborgen. Of de Commissie deze aanbeveling overneemt, is nog niet bekend.

Los van de normatieve verankering wint GS1 Digital Link in de praktijk terrein. Driscoll's maakte op GS1 Connect 2026 bekend meer dan een miljard bessenverpakkingen te hebben geserialiseerd en migreert momenteel naar volledig GS1-Digital-Link-conforme QR-codes. Het project maakt traceerbaarheid op artikelniveau mogelijk – van veld tot consument.

TEKLYNX heeft zijn CODESOFT-software bijgewerkt en ondersteunt nu GS1-„++”-coderingsschema's, waarmee web-URL's rechtstreeks naar RAIN-RFID-taggeheugen kunnen worden geschreven. Dit is een directe reactie op de gecombineerde vereisten uit EN 18220 en GS1 Digital Link.


Actualiteit van gegevens: wat „actueel en nauwkeurig” volgens de regelgeving betekent

De ESPR schrijft voor dat het DPP „actuele en nauwkeurige informatie” moet bevatten – zonder een expliciete updatefrequentie te noemen. Dat klinkt als speelruimte, maar is feitelijk een eis aan de systeemarchitectuur: een statische QR-code die verwijst naar een eenmalig ingevulde pdf-pagina voldoet niet aan deze eis zodra relevante productgegevens veranderen.

In de praktijk betekent dit: resolver-eindpunten moeten verwijzen naar systemen die bijwerkbare gegevensrecords aanbieden. De vraag is niet of een product een QR-code draagt, maar of de code naar een levende gegevensbron verwijst.

Risico op greenwashing door verouderde gegevens

De Europese Commissie heeft in juni 2026 inbreukprocedures tegen 20 lidstaten gestart die de richtlijn ter versterking van de positie van consumenten voor de groene transitie (2024/825) niet tijdig hebben omgezet. De richtlijn richt zich op greenwashing en verplicht tot duidelijke informatie over levensduur en repareerbaarheid.

Het verband met het DPP is direct: wie in het productpaspoort duurzaamheidsgegevens vermeldt die niet langer met de werkelijkheid overeenkomen, riskeert niet alleen regelgevende sancties op grond van ESPR, maar ook overtredingen van de Empowering Consumers Directive. De actualiteit van gegevens is daarmee geen technische kwaliteitsmaatstaf, maar een compliance-eis met aansprakelijkheidsgevolgen.


Standpunten van industrie en brancheorganisaties: waarover consensus bestaat

Ecommerce Europe vraagt om flexibiliteit

Ecommerce Europe heeft in juni 2026 een standpunt over de implementatie van DPP gepubliceerd. De belangrijkste eisen: flexibele datagranulariteit, gefaseerde invoering en vrijwillige „deel-DPPs” voor tweedehandsproducten. De organisatie waarschuwt nadrukkelijk voor eisen die bestaande bedrijfsprocessen zonder overgangsperiode vervangen.

Dit is geen afwijzing van het DPP-concept, maar een waarschuwing over de praktische uitvoerbaarheid. De Commissie staat voor de afweging: te veel flexibiliteit ondermijnt de vergelijkbaarheid van paspoortgegevens; te weinig flexibiliteit leidt tot compliancekosten die vooral kleine en middelgrote ondernemingen overbelasten.

Blockchain als vertrouwensinfrastructuur?

The Hashgraph Group en Merck hebben een EU-DPP op de Hedera-blockchain aangekondigd, dat de fysieke veiligheidsmarkeringen van Merck combineert met cryptografische traceerbaarheid. Het project richt zich op ESPR- en EUDR-compliance in gereguleerde toeleveringsketens.

Op blockchain gebaseerde DPP-implementaties lossen een specifiek probleem op: de onveranderlijkheid van verificatiebewijzen. Ze lossen het probleem van datagranulariteit echter niet op en vervangen geen registerinfrastructuur volgens het model van de uitvoeringsverordening. Beide benaderingen – gedecentraliseerde registers en distributed ledgers – kunnen naast elkaar bestaan, maar richten zich op verschillende lagen van de vereisten.


Wat bedrijven nu concreet moeten doen

De regelgevende situatie leidt tot een duidelijk actieplan:

  1. Datagranulariteit vaststellen: Welke productgegevens veranderen gedurende de levenscyclus? Deze gegevens moeten op batch- of artikelniveau worden beheerd, niet op producttypeniveau.

  2. Resolverinfrastructuur opbouwen: De DPP-identifier moet naar een bijwerkbaar eindpunt verwijzen. Statische landingspagina's zijn geen conforme oplossing.

  3. GS1 Digital Link evalueren: Voor producten met fysieke dragers (QR-code, RFID) is GS1 Digital Link de zich aftekenende interoperabiliteitsstandaard. Investeren in conforme coderingssystemen loont voordat sectorspecifieke uitvoeringsverordeningen de vereisten bindend maken.

  4. Raadplegingstermijnen benutten: Zowel het JRC-staalontwerp als de lopende ecodesignraadpleging bieden bedrijven de mogelijkheid om hiaten in de praktische uitvoerbaarheid aan te kaarten – voordat de vereisten rechtsgeldig worden.

  5. Het risico op greenwashing door gegevensbeheer beperken: Verouderde duurzaamheidsgegevens in het DPP zijn geen technische fout, maar een compliancerisico op grond van meerdere rechtshandelingen tegelijk.

De toenemende concretisering van de regelgeving in de afgelopen weken laat zien: de vraag is niet langer óf het DPP komt, maar hoe goed bedrijven zijn voorbereid op de specifieke vereisten wanneer de sectorspecifieke uitvoeringsverordeningen in werking treden.